Bit Fight.

 

Afgelopen week had ik het plezier om op te treden in een comedyclub in Deinze: Comedy Kelder Deinze. Het feit dat het eigenlijk niet in een kelder gelegen is, vond ik eerst een beetje teleurstellend, maar aan de andere kant zijn kelders vaak vochtig, en mijn gewrichten vinden dat niet zo prettig.

Wat me opviel toen ik aankwam, was hoeveel mensen elkaar precies kenden: groepjes van drie of vier aan tafels of aan de toog, pratend. Er hing een buzz, een vibe, en ik dacht onmiddelijk: dit wordt een goede avond. Mensen praatten met elkaar; ik zag bijna niemand op hun telefoon tokkelen of staren. De medewerkers waren vriendelijk en attent; het publiek stond open voor de verschillende acts. Kort samengevat: ik reed naar huis op een wolk na een heel geslaagd optreden (de wolk was mijn Skoda Fabia, die ik ‘Lenny’ noem, naar Lenny Bruce).

We hebben het allemaal wel eens meegemaakt: je zit met vrienden in een café of restaurant en minstens één persoon aan tafel is meer geïnteresseerd in hun aandachtseisende telefoon dan in hun zogenaamde ‘beste vrienden’. Of je staat met iemand te praten en hoewel diegene knikt, buigt hij of zij zich voorover om berichten te sturen op het scherm. Hoe voel je je dan? Slecht, onbelangrijk, oninteressant? Soms voel je je zelfs eenzaam, omdat de anderen blijkbaar hun telefoon belangrijker vinden dan wat jij te zeggen hebt.

Af en toe neem ik de trein of tram en denk ik: zakkenrollen is nooit zo makkelijk geweest (ik ben geen zakkenroller, het is bij wijze van opmerking haha). Sommige mensen zijn zo gefocust op dat mini‑scherm dat ze niet zouden merken als je met hun rugzak, handtas of misschien zelfs hun partner weg zou lopen.

Ik geef regelmatig workshops aan beginnende comedians en ook daar sluipt het gif binnen. Al vraag ik vooraf om pen en notitieblok mee te brengen, zijn er altijd één of twee die de voorkeur geven om alles op hun iPhone te schrijven, terwijl we weten dat ze daardoor zullen worden afgeleid door meldingen etc,en maar half zullen luisteren misschien. 

Of we het nu willen of niet: we leven in een samenleving waarvan de aandacht met de minuut, nee, de seconde, vermindert.

Er wordt veel gesproken over drugs en verslavingen, ook in het parlement, waar ministers en parlementsleden ronkende toespraken houden (al dan niet geschreven door AI). Kijk naar die debatten op televisie: terwijl iemand aan het spreken is, zie je op de achtergrond tal van parlementsleden op hun schermpjes tokkelen. Verslaving is niet enkel iets van de jeugd of van de gewone mensen; ook onze excellenties kennen er iets van. Ik zou zelfs een oude mantra durven aanpassen en stellen: social media is het opium van de massa.

Onlangs was er in het parlement wat de kranten een ‘bitchfight’ noemden (een term die vrij seksistisch is). Het ging tussen Gwendolyn Rutte en Annick De Ridder. Na een toespraak riep Annick tegen Gwendolyn: “Och, ga een Kamillethee drinken”, waarop Gwendolyn terugwierp: “Ga nog maar eens snuiven.” Opmerkingen naar elkaar die, al dan niet opzettelijk, agressief en kort zijn, social‑media‑klaar om likes te vergaren.

Over de inhoud van hun wederzijdse afkeer wil ik het niet hebben; het gaat mij om de openlijke agressie, een agressie die we steeds vaker tegenkomen in een samenleving waar steeds minder met elkaar wordt gepraat, maar des te meer met een scherm.

Comments

Popular posts from this blog

The flag of hypocrisy.

Sunday.